Home Up Control-IT English Reactie Inhoud
Control-IT Industrie Automatisering,  MES, SCADA en OPC consultancy.

Up

 


Uitleg ISA 95

Inleiding

Dit artikel poogt zonder een droge opsomming te geven van de standaarden via een verzonnen bedrijfsituatie ISA-95 uit te leggen. Zie voor een korte beschrijving van de standaarden in het Nederlands :

Dit artikel richt zich op de ISA-95-1 en 2 standaarden (koppeling ERP-MES)

 

De case : Bolkswagen AG

Bolkswagen AG is een producent van auto's met de hoofdvestiging in het Duitse Bolfsburg.  Zij produceren drie modellen auto's : de Bolf, de Bolo en de Bassat. Van de Bolf bestaat een cabrioversie en een hatchbackversie. De onderneming heeft productievestigingen in Bannhover en het Poolse Bdansk. De cabrio en de hatchbackversie van de Bolf hebben dezelfde chassis. De chassis worden zowel in Bannhover als in Bdansk gemaakt. In Bannhover bouwt men de carrosserie voor de cabrio's en de hatchbackversie. In Bdansk alleen de hatchbackversie. De Bolfjes kunnen op klantspecificatie (wilt u wel of geen stoelverwarming ?) worden afgeleverd. De onderneming maakt gebruik van een ERP systeem. Via dit ERP systeem kan de dealer een klant specifieke order invoeren. Deze orders worden verzameld in Bolfsburg en dan verdeeld over de vestigingen. Na een bepaalde tijd wordt de auto bij de dealer afgeleverd.

De orders

Op 15 april worden er in totaal 50 cabrio's besteld en 200 hatchbacks van het type Bolf, deze moeten 15 mei worden afgeleverd (verzenddatum).

Wat doet het ERP systeem ?

  • Het doet een aanvraag naar de beschikbare capaciteit in de periode 15 april tot 15 mei voor 50 cabrio's voor de site Bannhover, 200 hatchbacks in Bannhover en 200 hatchbacks in Bdansk.
  • Het ERP systeem krijgt de eventueel beschikbare capaciteit terug samen met een aantal parameters om de productie te optimaliseren.
  • De meest optimale orders worden geboekt, namelijk 150 chassis in Bolfsburg op 3 mei, 50 cabrio's carroserie in Bannhover op 7 mei, 100 Bannhover
    carroserie in Bannhover op 9 mei. In Bdansk worden 50 chassis + carroserie op 10 mei gepland. Hier is een komplete lijn tijdelijk in onderhoud zodat de beschikbare capaciteit gering is.
  • Bij bevestiging dat de orders afgehandeld zijn en wordt het ERP systeem geïnformeerd. De dealer weet dan dat de auto's eraan komen.

Het ERP systeem communiceert hier met twee area's (Bannhover, Bdansk) waar de Bolfs worden gemaakt. We gaan ervan dat in deze areas MES systemen zijn geimplementeerd. We gaan er vanuit dat het ERP systeem en beide MES systemen met elkaar communiceren volgens de ISA-95 standaarden. 

De theorie - functies, data en systeemgrens

Het ISA-95-1 en 2 defineert de interface tussen het MES systeem en het ERP systeem. Dit is op de klassieke wijze vanuit het MES systeem geanalyseerd :

  • De systeemgrenzen tussen MES en ERP zijn bepaald,
  • De functies binnen MES en ERP zijn bepaald
  • Vervolgens zijn de data-stromen en -richtingen tussen de functies benoemd.
  • Deze datastromen zijn vervolgens nader gedetailleerd en beschreven volgens de UML   methode

In het volgende figuur - overgenomen van de ISA95-1 standaard - zijn de functies binnen MES en ERP bepaald. De systeemgrens is de stippellijn. De pijlen benoemen de datastromen en geven de richting van de data aan.


Figuur 1 : Functional enterprise-control model - overgenomen van de ISA95-1 standaard

In dit dataflowdiagram zien we hier binnen de stippellijn de level 3 MES functie 'Production Control' als een spin in het web. 'Production Control' en alles wat daar mee samenhangt is de hoofdtaak van MES.

'Production Control'  kan verder worden uitgesplitst in detail functies zoals Detailled Scheduling, Resource Allocation, Resource Management , Performanceanalyse , Tracking and tracing Historical data management and reporting , Product Definition en Production execution (level 2 en level 1). Het beschrijven van deze funcie en de samenhang daarvan is het onderwerp van de ISA95-3 normering.

In het gebied buiten de stippellijn zijn de 'echte' level 4 (ERP, SCM) functies geplaatst : 'Orderprocessing', 'Product Cost Account', 'Product Shipping Administration' en 'Procurement' (inkoop). Deze worden op ondernemingsniveau uitgevoerd.
 
Er worden enige functies doorsneden door de level 3 - level 4 systeemgrens. Dit zijn de functies 'Production Scheduling', 'Material en Energy Control', 'Product Inventory Control' , 'Quality Assurance' en 'Maintenace Management'. Deze functies kunnen op enterprise niveau worden uitgevoerd of op MES niveau of op beide niveaus. In het laatste geval worden ondernemings- of plant- globale functies uitgevoerd in level 4 en functies die betrekking hebben op de area in level 3. De dataoverdracht blijft dan in grote lijnen het zelfde als tussen deze functies en de functie 'Production Control' .

Terug naar de case : Beschreven functies en data

Het is duidelijk dat we in de case te maken hebben met de taken Production Control (3.0), Production Scheduling (2.0) en Product Inventory Control (7.0) . Hier zoomen we dan ook op in.


Figuur 2 : Uitvergroting van het gebied in de case

De uitgewisselde data tussen ERP en MES komt in de case neer op :

  • Het opvragen van beschikbare productie capaciteit door ERP en het antwoord daarvan van MES - in de figuur aangeduid met de pijl 'Production Capability'
  • Het boeken (inplannen ) van de orders - in de figuur genoemd pijl '(Production) Schedule'
  • Het bevestigen van de ordergereed, met alle gegevens - in de figuur aangeduid met :
    - de pijl 'Process Data'  tussen de functies Production Control (3.0) en Product Inventory Control (7.0). Het gaat hier om productieterugmeldingen en de locatiegegevens van de voorraad eindproduct.
    - de pijl "Production performance en costs". De ordergereed data gaat ook nog naar de functie Product Cost Accounting (8.0). Het gaat hierbij om statistieken om de productie-efficiëntie uit te rekenen.
    - en natuurlijk de terugmelding aan de productieplanningmodule in het ERP pakket, aangeduid met de pijl "Production from plan"

De systeemgrens

De systeemgrens doorsnijdt de functie 'Production Scheduling' (2.0). Dit wil zeggen dat 'Production Scheduling' - het plannen van productie- deels in ERP wordt uitgevoerd en deels in MES. In ERP is de functie 'Production Scheduling' in hoofdlijnen uitgevoerd, maar het is aannemelijk dat bijvoorbeeld de order vanuit ERP "150 onderstellen in Bolfsburg op 3 mei" door de MES systemen verder in detail zal worden gepland.

De theorie - object modellen voor productie : Product Definition, Production Capability, Production Schedule en Production Performance

In de case worden 3 soorten uit te wisselen data in en om de productie genoemd : 'Production Capability' voor het opvragen van de beschikbare capaciteit, 'Production Schedule' voor planning en 'Production Performance' voor terugmelding van productie en statistieken. In figuur 2 kan men zien dat de terugmelding aan de functie 'Production Scheduling' wordt gedaan (voorraadbeheer wordt als de statistieken aan Cost Accounting onder vallen)

Er blijft nog een missing link : immers, aan beide zijden wisten het ERP systeem en de MES systemen dat voor het produceren van chassis van cabrio's en hatchbacks en de carrosserie apart te plannen was. Dit is vastgelegd in de productdefinitie, informatie over hoe het product te maken is. Deze informatie moet beschikbaar zijn voor zowel ERP en MES en eenduidig zijn in de ERP en MES systemen. Dit houdt in dat voor het proces 'planning' behalve de 'Production Capability' en 'Production Schedule'  ook de 'Product Definition' uitgewisseld moet worden.
Een productdefinitie is de beschrijving van een product inclusief alle productiedeelstappen en de daarbij benodigde materialen, mensen en machines (resources). De productiestappen kunnen puur betrekking hebben op het product, in dit geval worden de productiedeelstappen 'product segments' genoemd.

 Samengevat is voor de MES functies die te maken hebben met productie de uitgewisselde informatie onder te verdelen in 4 typen datasets :

  • Productiedefinitie (Product Definition - Hoe heten de producten die je kan maken en hoe kan je ze maken)
  • Beschikbare productie capaciteit ( Production Capability - hoeveel kan je maken?)
  • Productinformatie van ERP naar MES  (Production Schedule, wanneer, wat in welke hoeveelheden te maken ?)
  • Productinformatie van MES naar ERP (Production Performance, de terugkoppeling van een productie)

De figuur hieronder toont deze datasets tussen de ERP laag en de MES laag.


Figuur 2 - overnomen uit ISA95-1 "areas of information exchange"

De vier datasets die te maken hebben met productie worden in ISA95 beschreven als door vier objectmodellen. Het mag dan ook geen verbazing geven als deze objectmodellen Product Definition, Production Capability, Production Schedule en Production Performance worden genoemd. ISA95 kent in totaal negen objectmodellen. Er is ook nog een object model voor Maintenance. De ander vier slaan op de resources : Material, Equipment, Personell en als laatste Processsegments als een combinatie van de de drie genoemde resources. Deze laatste vier dienen als een soort onderlaag voor de eerste vier. De objectmodellen Product Definition, Production Capability, Production Schedule en Production Performance zijn dan ook onder andere opgebouwd uit de objectmodellen in de onderlaag.

De theorie - wat is een object model ?

Een objectmodel is een dataset. Je kan het vergelijken met een mini-database met alle tabellen met gegevens en relaties daartussen die in één keer wordt uitgewisseld tussen de applicaties. Uit de grote MES of ERP database destilleert het MES of ERP programma een aftreksel (een object in de vorm van relationele tabellen) met alleen gegevens over de gevraagde Product Definitie -of  Production Capability, Production Schedule, Production Performance. Dit object noem je een dataset (voor database kenners : dit is geen querie, want dat is één tabel).

Je kan twee mooie dingen doen met datasets

  1. De objecten (mini-databases) voor dataoverdracht kan je beschrijven in de vorm van objectmodel met de UML methodiek (Unified modelling language).
  2. De objecten (mini-databases) voor dataoverdracht kan je gebruiken (en beschrijven) in de vorm van gestructureerde tekstbestanden en onderling uitwisselen.  We noemen zo'n bestand een XML bestand (Extended MarkUp Language)

ISA95 heeft de objectmodellen beschreven met UML, dit is de ISA95-2 standaard (er zijn behalve de bovenbeschreven 4 datasets, nog 5 andere beschreven maar daar verderop in dit artikel meer)

Het World Batch Forum heeft de objectenmodellen beschreven via XML, deze zijn kosteloos (gratis !!) te downloaden. De XML schema's staan bekend onder de schalkse naam B2MML (Business To Manufacturing Markup Language).
 

Terug naar de case : Er is meer behoefte aan informatie bij Bolkswagen.

De orders kunnen worden gemaakt, ze worden netjes ingepland, so far so good. Maar bij
Bolkswagen AG dringt het besef door dat er meer behoefte is aan informatie en dat men andere taken dan productie, zoals planning van onderhoud ook in het systeem zou willen integreren. Hieronder is zijn de belangrijkste wensen van het management geformuleerd : 
  • Men slecht op de hoogte is van de materiaalstromen binnen productielocaties.
    De oorspronkelijke door de leveranciers toegekende partnummers van verwerkte onderdelen in een serie chassis of carrosserieën zijn niet te achterhalen. Dit maakt het lastig als een bepaald onderdeel niet deugt welke auto's naar de garage teruggeroepen (recall) moeten worden.
    In dit geval moeten eerst achterhaald worden welke leveranciersparts er zijn gebruikt bij de auto's waar een defect onderdeel geconstateerd is  (tracing of
    opwaartse traceerbaarheid).
    Nadat duidelijk is welke leveranciersparts de problemen veroorzaken, dient te worden achterhaald in welke auto's deze leveranciersparts zijn gemonteerd (tracking, of
    neerwaartse traceerbaarheid)
  • De lijnen flexibel moeten kunnen worden ingezet om ook onderdelen van de Bassat en de Bolo te kunnen maken
    Met andere instellingen van de robots en machines zijn de productielijnen ook te gebruiken voor het maken van chassisonderdelen van de andere modellen. Men wil deze mogelijkheden graag benutten om flexibeler te zijn ten aanzien van de productie
    planning.
  • Onderhoud moet kunnen worden gepland.
    Het onderhoud aan de machines dat te voorzien is (periodiek onderhoud of onderhoud na een bepaald aantal productieeenheden) wil men samen met de productie kunnen plannen.
  • Onderhoudsprocedures moeten worden vastgelegd
    Men wil de onderhoudsprocedures (voorbereiding, onderhoudsstappen, checklist, inbedrijfstelling) graag in het systeem onderbrengen
  • Personeel moet kunnen worden ingepland
    Men wil het planbord vervangen en integreren in het productieplanningsysteem om het personeel op de meest efficiënte manier in te zetten.
  • Machines moeten kunnen worden geclassificeerd naar mogelijke taken.
    Men wil meer flexibiliteit in de productie. Men wil kunnen produceren via alternatieve routes om de productie te optimaliseren.
  • Managers zicht moeten hebben prestatiekentallen van productie
    Men wil graag weten hoeveel uitval er is, hoe lang heeft machines hebben stilgelegen en wat de productiesnelheid was. Men wil ook de oorzaken kunnen achterhalen (niet beschikbaar zijn van machines i.v.m onderhoud, geen onderdelen beschikbaar, geen personeel beschikbaar etc). Verder wil men weten of men niet onnodig grond- en hulpstoffen heeft gebruikt of dat men te veel of te weinig personeel heeft ingezet.
     

De ISA95 applicaties communiceren met elkaar via datasets gebaseerd op de negen objectmodellen. In principe kunnen deze datasets alle informatie bevatten die nodig zijn voor uitwisseling tussen verschillende MES applicaties en de applicaties in de level4 laag. We zullen hieronder toepassingen laten zien van de resterende 5 modellen: Process Segment, Maintenance, Material, Equipment en Personell

De theorie - object model voor een ProcessSegment

"De lijnen flexibel moeten kunnen worden ingezet om ook onderdelen van de Bassat en de Bolo te kunnen maken"

Er kan tussen de productiestappen ook een generieke set stappen zitten die onafhankelijk is van het product, of anders toepasbaar is op meerdere producten. Er is dan sprake van een 'process segment'. Een process segment is een generieke stap die om een specifieke stap voor het maken van een bepaald product te worden eerst nog geparametreert dient te worden. Het is dus een soort template voor een productiestap. Een ProcessSegment staat tussen meerdere ProductDefinitionSegments (min of meer dezelfde productiestappen voor verschillende producten) en een Equipmentsegment (de definitie van een machine).

Hiertoe is het ProcessSegment objectmodel ontwikkeld. Dit objectmodel zorgt ervoor dat :

  • Productiestappen (in ISA95 : ProductDefinitionSegments) van verschillende producten die allen gemapt zijn op één en hetzelfde ProcessSegment in een vast stramien worden afgewikkeld. Dit heeft voordelen voor door-automatisering naar de level 2 laag, omdat er maar één keer een sequence hoeft te worden geprogrammeerd om een Equipmentsegment te automatiseren.
  • In de Product definitie kan een compleet ProcessSegment worden toegevoegd, zonder dat dezelfde productiestappen voor verschillende producten voor ieder product iedere keer weer tot in detail moeten worden uitgewerkt. Dit vermindert de kans op fouten, reduceert typewerk en standaardiseert de productie.

"Onderhoudsprocedures moeten worden vastgelegd"
"Onderhoud moet kunnen worden gepland"

Onderhoudsprocedures kunnen opgevat worden als processegementen. Het zijn werkzaamheden aan machines waarvoor je (onderhouds) personeel inzet die productonfahankelijk zijn.

De theorie - object model voor Maintenance

"Onderhoudsprocedures moeten worden vastgelegd"
"Onderhoud moet kunnen worden gepland"

Er is een apart object model voor Maintenance in ISA95-1 gedefinieerd. Hoewel een aanvraag van een onderhoudsprocedures in principe niet verschillen van een aanvraag voor een produktie is er toch voor gekozen om een apart model hiervoor te maken. De reden hiervoor is dat onderhoud op ondernemingsnivo meestal in andere planningssoftware wordt uitgevoerd dan productieplanning. Het ISA-95 document verwoord het als volgt :

 Question:
Why is the maintenance model (maintenance request, maintenance response) different from the
production model (production schedule and production information)? Can’t maintenance be handled using
the production model? Can’t quality assurance test scheduling also be handled by the production model?
Answer:
Part 1 and 2 assume that maintenance scheduling and performance is normally performed as part of
manufacturing operations. However, maintenance scheduling may be performed in level 4. In this case it
is assumed that only maintenance requests and maintenance responses cross the level 3-4 boundary. To
cover this case only maintenance requests and maintenance responses are defined in Part 1 and 2.
Beyond the scope of Part 1 and Part 2, a maintenance schedule object may be created that parallels the
structure of the production schedule object and consists of a collection of maintenance requests as shown
in Figure B-7. Likewise a maintenance performance object may be created that parallels the structure of
the production performance object.
Alternatively, segment requests can be used to schedule maintenance activities in a production schedule
and segment responses can be used to represent maintenance responses in a production performance.
A similar model could be used for quality assurance test schedules and performances.

De theorie - object model voor Material

"Men moet beter op de hoogte zijn welke materialen er nu allemaal besteld moeten worden, materialen moeten te traceren zijn"

Het ISA 95 kent een model voor materialen (grondstoffen, tussenproducten, eindproducten). Dit model bestaat uit een definitiegedeelte en een gedeelte voor oeprations.
Materialen worden ingedeeld in klassen, ieder materiaal heeft een definitie (die bestaat uit materiaal eigenschappen en een specificatie van een kwaliteitsanalyse test).
In het Operations bereik (de activiteiten die plaatsvinden) worden materialen verdeeld in lot en sublots en is er een link met de uitgevoerde kwaliteitsanalyses.
Door te linken met het modellen voor productie operations kan de historie, de genealogie en de benodigde hoeveelheden in de toekomst van het materialen worden vastgelegd. Door te linken met de equipmentmodellen kan de plaats waar het materiaal zich bevindt worden bepaald.

De theorie - object model voor Personnel

"Personeel moet kunnen worden ingepland"

De theorie - object model voor Equipment

"Machines moeten kunnen worden geclassificeerd naar mogelijke taken, meer flexibiliteit"

 

Home ] Up ]

Send mail to info@control-it.nl with questions or comments about this web site.
Copyright © 2002 Control-IT Industrial Automation
Last modified: 03-05-2009